Selecteer een pagina

Met een verwrongen gezicht stormt hij de kamer door. ‘Godsamme ik heb die tang echt NU nodig en hij is natuurlijk weer weg!’

Met mijn handen in het sop kijk ik hem aan. ‘Wat is weg?’ vraag ik, terwijl ik een bord afwas.

‘Die tang die ik daar neer had gelegd. Ik ben die wasmachine toch aan het aansluiten! Nu moet ik de waterpomptang hebben voordat die slang weer losschiet!’

‘Had je daar een tang neergelegd dan? Dat heb ik helemaal niet gezien.’ Ik zet het natte bord in het afdruiprek.

‘Ja toen ik laatst bezig was met dat kastje, toen heb ik die tang daar op de plank neergelegd. En nou is hij weg!’ Hij begint steeds heftiger met zijn handen te gebaren. Dat doet hij altijd als hij geïrriteerd is.

‘Met dat kastje? Dat is drie weken geleden! Weet je zeker dat je hem niet hebt opgeruimd?’

‘Dat weet ik heel zeker ja! Heb jij hem niet toevallig “opgeruimd”?’ De aanhalingstekens zijn duidelijk hoorbaar bij dat laatste woord.

‘Oh, nou wordt ‘ie mooi! Dus als ik last heb van jouw eeuwig rondslingerende rotzooi en dat dan wel opruim dan wordt jij boos!?’ Ik voel dat ik gevaarlijk hard in het dunne wijnglas sta te knijpen.

‘Het gebeurt anders behoorlijk vaak dat jij iets opruimt en ik het vervolgens nooit meer terug kan vinden ja! Je moet eens lekker van mijn spullen afblijven, die laat ik daar toch met een reden liggen!’

Wie ruimt er bij jullie op?

Herkenbare situatie? Bij ons gaat het op een vergelijkbare manier.
Niet iedereen heeft dezelfde definitie van opruimen bij ons in huis. De kinderen hebben waarschijnlijk iets te goed naar hun vader gekeken en vinden dat ‘spullen op tafel leggen’ al best netjes is. Nou kan ik daar soms geïrriteerd van raken als ik dat zie, maar ik weet dat ik het zelf ook doe. Kun je je voorstellen hoe het voor Merel is hier in huis.

Wat is dat dan met opruimen? Ik kan midden in een kamer staan en denken ‘goh, het is hier best netjes’. En dan vijf minuten later Merel diep horen zuchten ‘tsjongejonge wat een bende…’ Als ik de verhalen om me heen hoor, is er vak zo’n rolverdeling: de een heeft nooit door wat voor een rommel het is en de ander ergert zich daar kapot aan (alle opruim tips ten spijt).

Blijkbaar is rommel (net als opgeruimd) iets subjectiefs. Als je een stapel knuffels midden in de kamer op de grond ziet liggen en je denkt “hier is gezellig gespeeld”, dan voel je daar waarschijnlijk wat anders bij dan wanneer je denkt “over tien minuten komen mijn schoonouders op de koffie!” of “ik heb vanmorgen nog de hele kamer opgeruimd!”

Persoonlijke rommel

Zelf heb ik het meer met schoonmaken. Als er mensen op bezoek komen begint Merel alles op te ruimen en ik druk te boenen. Best een handige taakverdeling, waarschijnlijk is het een andere uitwerking van dezelfde gedachte: “wat moeten ze wel niet denken als het er hier zo uitziet…”

We nemen de rommel namelijk persoonlijk. Niet alleen vinden we dat een net huis iets zegt over ons opgeruimde karakter, maar stel je eens voor dat je net de vloer hebt geboend en die idioot komt met zijn modderlaarzen de gang in stampen. Gaan er dan geen vlekjes voor jouw ogen dansen? Hij doet het gewoon expres! Om jou dwars te zitten! Doe je daar nou al die moeite voor.

Terwijl je geen enkel idee hebt waarom hij met zijn modderlaarzen naar binnen komt stappen zonder ze uit te trekken. Weet jij veel, misschien wordt hij achternagezeten door de wespen uit het nest dat hij net uit het schuurtje heeft weggehaald. Of komt hij zijn camera ophalen om die zeldzame vogel te fotograferen, die eens per jaar hier langskomt. Of hij heeft het gewoon niet in de gaten.

Want zo lang de ander het niet in de gaten heeft, kan die het ook niet als probleem ervaren. En zal er ook weinig opgeruimd gaan worden.

Moeten we gaan omdenken dan? Fijn, een kans om het nóg netter te maken? Of hij bedoelt het niet zo? En al die mogelijke andere scenario’s gaan uitdenken? Of moeten jullie eens gaan zitten voor een goed gesprek? De ander laten weten hoe vervelend het allemaal is en dat het onbegrijpelijk is dat de ander het niet door heeft?

Nee hoor, we hoeven eigenlijk alleen maar op te ruimen. Of niet. Opruimen wordt vooral vermoeiend als je de gedachtentrein volgt die rijdt van ‘hier liggen spullen’ naar ‘het komt nooit meer goed met de kinderen’ (of jouw persoonlijk favoriete eindstation). Hoe vaker je gaat zien dat het werk in de gedachten zit en niet in de klus zelf, hoe makkelijker het kan worden om de klus uit te voeren zonder het werk te hoeven doen.

En hoe minder je het de ander kwalijk neemt dat hij nou alweer die 64-delige schroevendraaierset op het aanrecht laat liggen waar jij net wilt gaan koken.

Leg die set gewoon in zijn favoriete stoel, zal je zien hoe snel hij opgeruimd is!

Wil je meer Makkelijke Relaties?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en ontvang het eerste hoofdstuk van Makkelijke relaties in de liefde gratis in je inbox!

Makkelijke relaties in de liefde te koop